Caleidoscoop
het kind in mij-2...
 
De trap
 
Er is in mijn tuin een trap die naar de hemel reikt
en waar omheen een wolk van Vergeet-mij-nietjes prijkt!
Die zijn daar spontaan gekomen
de wind heeft ze meegenomen
 
Een kind vroeg aan mij: 'waar gaat die trap heen, mevrouw?'
waarop ik zei: 'dat mag jij verzinnen, dat is aan jou'.
Heerlijk om met zo'n kind te gaan fantaseren,
dan kom je vanzelf in hogere sferen
want zo is de trap ook bedoeld
hij is op een imaginaire wereld gestoeld
 
wereld vol ongekende mogelijkheden
zodra ik de trap wil betreden
Een plek voor mijn diepste verlangens en dromen
om te beseffen waarvoor ik hiernaartoe ben gekomen.
Hier zingt de geest het hoogste lied
aardse logheid bestaat hier niet
 
 
Het kind in mij
 
 
Ik ben het kind
dat het kind-zijn is vergeten
dit heeft de Leraar mij laten weten
me hier bewust van te zijn
 
terug te gaan naar het kind
dat me is ontnomen
om weer thuis te komen
 
waarom is zij nooit dat kind geweest
het is haar vader die zij vreest
agressie kwam in het gezin voor
waarin zij zichzelf verloor
 
ze viel aan
deinsde terug
verdedigde zich
vliegensvlug
 
 
 
De blaad'ren
 
 
Laat de blaad'ren vallen
zet het denken uit je hoofd
voel het contact met je wezen
vanuit de kruin omhoog
 
laat de blaad'ren vallen
en je bent de boom van je eigen Zijn
voel het contact met je wezen
in de verticale lijn
 
laat de blaad'ren vallen
het kind komt in je boven
en krijgt voluit de kracht
het te mogen zijn
 
laat de blaad'ren vallen
sluit jezelf niet langer af
sta het wezen toe
het kind te mogen zijn
 
laat de blaad'ren vallen
het kind wil oh zo graag
schrijven, schild'ren, dichten
laat het vloeien
 
dan zal het 'kindje' open bloeien
 
 
  
Het muisje
 
Er was eens een muisje, dat voelde zich alleen.
Verlaten en in de steek gevoeld.
Niemand zag hem, iedereen liep langs hem heen.
Maar waarom, vroeg hij zich steeds maar af, waarom ziet niemand mij.
Erger nog, waarom wil niemand mij zien.
 
Ineens klonk er een stem van binnen, 'lieve muis, je bent zo grijs, niemand ziet je op die wijz''
Hou eens op met die meelij in jezelf.
Geef jezelf eens wat kleur, je zult merken, het geeft fleur.
Laat zien en je wordt gezien.
 
Vol moed trok hij de volgende dag zijn stoute schoenen aan en ging ermee naar buiten.
De mensen om heen dachten: waar is die grijze muis gebleven?
Links en rechts, niemand zag hem, maar dat vond hij helemaal niet erg.
Ik ben er toch, dacht hij.
 
Hé muis, ben jij dat, riep de buurman van de overkant, ik heb je al een paar dagen niet gezien.
Wat een fleur en kleur ineens, hoe doe je dat, vertel eens.
 
Het muisje vertelde:
Een stem in mij sprak: laat zien en je wordt gezien. Een stem ver van binnenuit.
Een stem waarvan ik voelde: dat ben ik.
Een woord weet ik er niet voor. Laat het nu maar wezen...
 
Weer sprak de stem: loop niet op wolken. De heuvels en de dalen die er zijn, je lessen, zul je moeten ervaren,
anders word je weer die grijze muis die zich van alles en ieder verlaten voelt.
Wil je dat? Nee toch?
Kom met mij mee, ik neem je aan mijn hand en leid je naar de weg die je hebt te gaan.
Weet, ik laat je niet alleen.
Roep me wanneer je me nodig hebt en ik zal er zijn.
 
Zo ging het muisje op zoektocht met zijn rugtas op, waarin alle lessen zaten die hij had te doen.
Leuke, mooie, maar ook minder leuke dingen ervoer het muisje op zijn pad.
Het muisje liep en het zocht en het was een zware strijd.
 
Waar ben je nou, je zou toch bij me zijn?
Ja, 'klein muisje', maar roep mij dan wel aan.
 
Hééeeeelp, riep het muisje.
Hier ben ik, sprak de stem, wat kan ik doen voor jou
Mij helpen de weg naar mijzelf te vinden, dat is het enige wat ik graag wil.
Neem mijn hand en ik leid je naar de weg, die je te gaan hebt.
Het muisje liet een zucht van verlichting, bedankte en liep door.
Hij voelde dat hij geleid werd, ook al zag hij de leider niet.
 
Op een dag keerde het muisje naar huis terug, wetende de weg naar zichzelf te hebben gevonden,
maar ook wetende dat er nog veel meer moet zijn, dan dit alleen.
Nu wist hij echt het woord: laat het NU maar WEZEN
 
 
 
 
ik wil dansen en spelen in de zon
vol van mooie dromen
vrij en onbekommerd om
wat er morgen zal gaan komen
 
als een pluisje waaien in de wind
waarheen de fluistering mij voert
en met de nieuwsgierigheid
van een kind
ontdekken wat mij beroert...