Caleidoscoop
EigenWijs
 
Eigen Wijs
 
Vaak voel ik het kind in mij
zie mooie bloemen in een wei
ik voel mij dansen in de wind
vlecht van bloemen een heel mooi lint
 
Zie in stenen en schelpen een andere wereld komen
hierbij kan ik lang zitten dromen
zwerf in gedachten overal heen
voel me niet eenzaam en ook niet alleen
 
Alleen de  buitenkant wordt wel wat oud en grijs
maar binnenin
daar speelt het kind haar eigen wijs!
 
 
 
Ode aan een Veluwse kastanjeboom
 
 Grote kastanje in mijn tuin, wat heb je veel te geven,
telkens toon je weer iets nieuws, het lijkt wel op mijn leven.
Eerst laten kleverige knoppen
jouw nieuwe groei ontpoppen
de gevallen plakkertjes onder mijn schoen
zijn als klevende gedachten die ik weg wil doen.
Je bloeiende kaarsen maken mij blij,
maar ik weet: ook dit gaat weer voorbij
en al die gestrooide, weelderige bloesemregen
zal ik toch echt op moeten vegen.
Ik kan immers niet blijven hangen
in dit intense lenteverlangen.
Als het warm is, zit ik op mijn gemak
onder jouw koele bladerdak.
Boven mijn hoofd draait het feest van de zomer op volle toeren,
daar hoor ik de duiven hun eeuwig bruidslied koeren.
Maar dan komen er volop stekelige, groene balletjes omlaag,
ze prikken me als egeltjes: ‘blijf wakker, het gaat om vandaag!’
Later vallen daarna de grote bolsters naar benee
met in elk een kastanje en soms wel twee.
 
 
Glanzende nazomer vruchten die mij lijken te vragen
of ik in mijn leven ook wel vrucht heb durven dragen.
Toonde ik mijn ware gezicht, net als jij, boom, in dit gedicht?
Heb ik mijn wezen wel goed laten stromen,
heeft het genoeg aan bod kunnen komen?
Moeiteloos vallen je bladeren in het herfstgetij,
zo zet ik ook mijn gedachten steeds makkelijker opzij.

 
Als dan de winter komt, lieve boom
rust ik uit en verwacht een nieuwe droom...
 
 
 
Mijmeringen
 
Rustige mijmeringen op een warme zomerdag
vandaag sta ik mezelf toe, dat ik die hebben mag
altijd was er iets 'te moeten'
daar heeft mijn zenuwgestel voor moeten boeten
zo diep als vroeger zink ik niet meer
maar toch ga ik telkens nog op en neer
waarom is de sleutel dan weer kwijt
is er steeds opnieuw die strijd?
 
onder de boom strijkt een heerlijk briesje over mijn huid
wat mij gisteren bezwaarde, daar ben ik nu weer uit
kalmte wil ik me zelf beloven
ik hoef nergens in te geloven, mezelf nergens mee te verdoven
alleen maar zijn wie ik ben
zorgen dat ik mezelf helemaal ken
flink zakken tot in mijn voeten
dan verdwijnt dat stomme moeten
 
steeds een diepe zucht
héérlijk,  dat geeft lucht...
lekker alles vergeten
hé, ik zie nu een merel een wurmpje eten
een koolmees neemt een slokje water
en de buizerd cirkelt roepend boven de bosrand, hoor ik even later
 
wat een voorbeelden van de natuur
om gewoon je instinct te volgen van uur tot uur
 
 
 
Stilte
 
Oh, wat hou ik van de stilte
welk een rijkdom in de nietsheid van de lange winternacht
verdrijvend de kilte van de wereldse gekte
die nu is uitgedoofd, verzacht
 
heerlijk ver van kabaal en apparaten
hoor ik liever mijn wezen praten
en bij deze wijze herder
kan ik me ontspannen, steeds een stukje verder
 
dit zwarte fluweel is zó kalmerend, zó relativerend
angsten en scherptes vallen weg, vervagen
zo kom ik op alsmaar diepere lagen
bij een welkom, zo immens íntens, gewoon door te zakken
zal ik dit cadeau aan durven pakken?
 
de wind speelt met een paar verdorde blaadjes
afgestorven zomerplaatjes
want zelfs ontdaan van hun bloeiende pracht
blijven bomen in hun naaktheid toonbeelden van kracht
 
verlost van alle toeters en bellen
vallen als bladeren ook van mijn ogen de schellen
zoek ik in mijn naakte mens-zijn
naar de rust van mijn wezen, zonder pijn